dinsdag 22 januari 2019

Gele hesjes tonen dat het hoog tijd is om vermoeide representatieve democratie nieuw leven in te blazen

'Eén klacht keert steeds terug bij de gele hesjes: ze worden niet gehoord door de mensen aan de top,' schrijft Nathalie François, juriste gespecialiseerd in publiek recht, manager bij een Parijs adviesbureau en lid van de Vrijdaggroep. 'Laten we niet doof blijven en de burger zelf de institutionele instrumenten aanreiken.'

Gele hesjes tonen dat het hoog tijd is om vermoeide representatieve democratie nieuw leven in te blazen.

In interviews met heel wat gele hesjes keerde één klacht veelvuldig terug: dat ze niet worden gehoord door de mensen aan de top. Het 'volk' zou zich verplicht voelen om zijn leiders voor de volledige duur van hun mandaat carte blanche te geven, terwijl die leiders zich, zodra ze verkozen zijn, niets meer van de 'echte problemen' van de mensen aantrekken en zich niet aan hun beloften houden.

Zo dook mettertijd op de Franse rotondes het drieletterwoord 'RIC' op, wat staat voor 'Référendum d'Initiative Citoyenne', oftewel burgerinitiatiefrecht. Dit moet het volk op verschillende manieren de mogelijkheid bieden om zelf het initiatief te nemen en in de loop van een legislatuur over verscheidene thema's te beslissen.

Net nu steeds meer kiezers hun democratisch recht gebruiken om hun afkeer van politici te tonen, lijkt het de hoogste tijd om onze vermoeide representatieve democratie nieuw leven in te blazen.

Het initiatiefrecht - het recht om een tekst ter stemming voor te leggen aan het parlement - is een cruciaal element binnen het hele wetgevingsproces. Vandaag de dag is dit recht voorbehouden aan de parlementsleden en de regering. Alleen zij kunnen een procedure starten om een wet te laten stemmen.

De invoering van een burgerinitiatiefrecht zou tegemoetkomen aan de kritiek die op de rotondes en in de stemhokjes te horen is. Dit recht zou burgers namelijk de kans geven om thema's die hun na aan het hart liggen in de loop van een legislatuur op de politieke agenda te plaatsen.

Het mechanisme impliceert de facto dat een verkozen assemblee over de tekst stemt, wat meteen het argument ontkracht dat het burgerinitiatief tot een 'dictatuur van de actieve minderheid' zou leiden. Een groep - hoe georganiseerd ook - zou er ook via het burgerinitiatiefrecht niet in slagen om pakweg het homohuwelijk weer ongedaan te maken (om een voorbeeld te nemen dat in Frankrijk momenteel de gemoederen verhit), tenzij een meerderheid in het parlement, dat door de volledige bevolking verkozen is, voor het idee gewonnen zou zijn.

Om gebruik te kunnen maken van hun initiatiefrecht, zouden burgers een bepaald aantal handtekeningen moeten verzamelen. Met behulp van een speciale website en onze elektronische identiteitskaarten - laten we bij de tijd blijven - is dit een volstrekt realistische optie.

Aangezien niet van elke burger kan worden verwacht dat hij meteen bij de aanvang van het proces een perfect wetsontwerp uit zijn mouw schudt, zou het initiatiefrecht zo moeten worden geïmplementeerd dat burgers bij het schrijven van hun voorstel worden omkaderd. Anders zullen uitsluitend drukkingsgroepen er gebruik van kunnen maken. De Senaat is in dit opzicht de geschikte plek waar de nodige tijd kan worden besteed aan dit soort begeleiding.

Een voorstel waarvoor het vereiste aantal handtekeningen werd verzameld, zou dan binnen de bevoegde Senaatscommissie kunnen worden besproken door een vergadering van burgers die - zoals de leden van een assisenjury - bij lottrekking worden aangewezen. Burgers zouden zo met de hulp van experts en parlementsleden een wetsontwerp kunnen opstellen. De burgers die aan de vergadering deelnemen, zouden deels onder de ondertekenaars van het voorstel worden uitgeloot, en deels onder de algemene bevolking, desgevallend volgens een bepaalde verdeelsleutel voor de verschillende regio's.

De Kamer zou verplicht rekening moeten houden met de tekst van deze vergadering en de bevoegde Commissie zou de tekst moeten bestuderen.

Dit voorstel berust niet op een utopie. Een dergelijk burgerinitiatiefrecht bestaat al op het niveau van de Europese Unie. Ook artikel 71 van de Italiaanse grondwet voorziet iets dergelijks: 'Het volk oefent het wetgevend initiatief uit via de indiening door minstens vijftigduizend kiezers van een voorstel dat in artikels opgesteld is.' Er is echter een mechanisme nodig dat een verplicht onderzoek van elke tekst door het parlement garandeert. Alleen dan zal het burgerinitiatiefrecht positievere resultaten opleveren dan zijn Europese broertje tot dusver behaalde.

De verschillende politieke partijen zijn zich overigens terdege bewust van de noodzaak om op dit vlak vooruitgang te boeken. Dat blijkt uit het voorstel tot hervorming van het petitierecht dat Ecolo-Groen, N-VA, PS, MR, CD&V en CDH gezamenlijk indienden na afloop van de werkgroep Politieke Vernieuwing in de zomer van 2017. Het voorstel werd helaas naar de commissie teruggestuurd om 'verder te worden onderzocht', al kondigden de media op 9 mei 2018 aan dat erover zou worden gestemd.

Er is dringend nood aan politieke moed. Onze democratie hangt ervan af.

Om een burgerinitiatiefrecht in te voeren dat ook echt doeltreffend is, moet op zijn minst artikel 75 van de grondwet worden gewijzigd ('Het recht van initiatief behoort aan elke tak van de federale wetgevende macht'). Tijd dus om het onderwerp op de agenda te plaatsen, zodat dit artikel op de lijst van te herziene grondwetsartikelen komt te staan die ongetwijfeld vóór de verkiezingen zal worden bekendgemaakt.

Laten we niet doof blijven voor de vraag van heel wat gele hesjes om 'gehoord te worden'. Laten we de burger een institutioneel instrument aanreiken waarmee hij op elk moment een thema op de politieke agenda kan plaatsen.